left-1.jpg
right-7.jpg

Route beschrijving

De 6 Canons van de Rijn- & Veenstreek

Samenvatting

Hoe we Rijn- en Veenstreek informatie in canon vorm door middel van verhalen in onze informatiekiosk toegankelijk maken 

bollenschema.jpg

In onze informatiekiosk zullen we achtergrondinformatie per thema in canon-vorm presenteren. 

We laten zien hoe de mens de Rijn- en Veenstreek naar zijn hand zette,
de bodem en het water van de streek gebruikte
om ons te voorzien van energie en voedsel, plus de broodnodige bio-diversiteit en rust in de natuur.

Via zes verschillende invalshoeken (historie, bodem, water, energie, voedsel en natuur) worden in een canon onderwerpen  onderverdeeld langs een tijdlijn in vensters en artikelen uitgediept. Ieder venster vertelt weer een apart verhaal dat in de tijd past bij de gekozen invalshoek. We noemen deze invalshoeken de “Canons van de Rijn- en Veenstreek”.
In tegenstelling tot andere canons beperken we ons niet tot het verleden van ons R&V landschap.
In onze canons gaan we ook in op het heden en een duurzame toekomst van ons landschap.

Aan onze canons werken verschillende auteurs mee, die gebruik maken van een veelheid aan bronnen.
De gekozen invalshoeken hangen met elkaar samen en overlappen elkaar ten dele. Dat is geen toeval.
Niet alleen heeft de mens onze omgeving gevormd en is verandering de rode draad door alle verhalen,
al lezend zul je ook ontdekken dat welke invalshoek je ook kiest,
alle artikelen in iedere canon spelen zich in een bepaald tijdperk immers in hetzelfde landschap Rijn- en Veenstreek landschap af.. 

Kies afhankelijk van je eigen interesse een invalshoek en struin door de verschillende verhalen. 

 

Unknown.jpeg

 

Werk in uitvoering, een canon is nooit klaar !

We werken er met ons team van vrijwilligers hard aan om de zes canons te vullen.
We presenteren in dit artikel de voorlopige stand van zaken.

Net als ons landschap zullen onze canons blijven veranderen.

We zullen onze canons naar voorbeeld van Wikipedia steeds verder uitwerken.  
Dus kom je in een canon iets tegen waarvan je denkt, daar weet ik meer van,
dit klopt niet of ik mis een belangrijk element, 
laat het ons svp weten via: 

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

We nemen daarna contact met je op. Samen bouwen we verder aan de Canons van de Rijn- en Veenstreek. 

Veel plezier !

91423.jpg

 

1. Historische canon van de Rijn- en Veenstreek: Hoe wij leven en onze regio veranderen & ontwikkelen.

De mens past zijn omgeving aan, wanneer nieuwe mogelijkheden en ontwikkelingen zich aandienen in de tijd waarin hij leeft. Of dat nou sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen zijn, of de veranderende economisch-technische mogelijkheden: de mens gaat ermee aan het werk.

Het landschap in de Rijn- & Veenstreek is onder invloed van ons mensen continu in verandering.

Hoe het landschap er vandaag uitziet, is het resultaat van een lange ontwikkelgeschiedenis en tevens het vertrekpunt voor nieuwe veranderingen.
Zoals het landschap van vandaag niet hetzelfde is als dat van gisteren, zal ook het landschap van morgen verschillen van dat van vandaag.

 

prehistorie - 1000

De ruige Rijn- en Veenstreek

De natuur heeft het volledig voor het zeggen in onze streek aan het begin van onze jaartelling. Een rij duinen, onderbroken door riviermondingen, markeert de grillige grens tussen land en zee. Achter die duinen ligt een uitgestrekt moeras, begroeid met bomen, struiken en planten.
Dit is geen plek voor watjes. In die tijd woont hier bijna niemand, want onze streek is gevaarlijk, ontoegankelijk en ruig. Vogels, insecten, vissen en reptielen zijn de bewoners. En een bescheiden aantal mensen. Die zoeken de stevige oeverwallen langs de rivieren uit om er hun huizen neer te zetten. Ze leven bij elkaar, in kleine woongemeenschappen. Ze gebruiken de wallen langs de rivier ook als looppaadjes. Alleen via de oeverwallen kun je je enigszins veilig door het moeras verplaatsen. Deze mensen stammen af van de Germanen, een volk dat in Noord Europa woont. Ze leven van eieren van zeevogels, vangen vissen en jagen op klein wild.

De Caninefaten worden de eerste grotere groep bewoners van Rijn- en Veenstreek. Hun naam betekent: lookmeesters. Look is de naam voor groenten als prei, knoflook en uien, die ze bij hun huizen beginnen te verbouwen. Ze wonen in boerderijen, gebouwd met houten palen en een dak van riet of stro.

In Museumpark Archeon is een deel aan het leven in de prehistorie gewijd. Je kunt zien hoe de Caninefaten in onze streek woonden en leefden. www.archeon.nl

50 – 300

De trektocht van de Romeinen tot aan de Limes

De Romeinen breiden hun rijk steeds maar verder uit rond het begin van onze jaartelling. Ook hier arriveren de Romeinse legers. Verder noordelijk dan de Rijn wagen ze zich niet: te gevaarlijk met al dat moeras! Rijn en Donau, gaan vanaf ongeveer 57 voor Christus de noordgrens vormen van het Romeinse Rijk. Deze grens heet in het Latijn: Limes. Hij loopt van de monding van de Rijn bij Katwijk via Alphen aan den Rijn, Woerden, Utrecht en Nijmegen tot in Duitsland.

De Oude Rijn is hier bij ons in die tijd nog de hoofdstroom. De zuidkant van de rivier is prima geschikt om er een verdedigingslinie aan te leggen. Het verdedigingsplan van de Romeinen bestaat uit de bouw van een reeks forten (castella) en wachttorens langs de Limes. De plaatselijke bevolking heeft vast en zeker moeten meehelpen bij het kappen van bomen en struiken, het per boot vervoeren van hout en het graven van greppels. De Romeinen leggen ook een weg aan, op de stevige rivieroever. Zo’n Romeinse ‘heirweg’ verbindt de castella en de wachttorens met elkaar. De legers kunnen snel van het ene naar het andere fort marcheren. Langs de Rijn zijn opvallend veel castella gebouwd: een kleine twintig! Bij ons in de buurt lagen er zes: Albanianae (Alphen aan den Rijn), Nigrum Pullum (Zwammerdam), (Bodegraven) Matilo (Roomburg, bij Leiden), Praetorium Agrippinae (Valkenburg), Lugdunum (Katwijk)

De Romeinen bouwden een fort op de plek waar nu het centrum van Alphen is, tussen de Rijn en het veel later aangelegde omloopkanaal. Albanianae is de Latijnse uitdrukking voor ‘in witte grond’. Dit kan erop wijzen dat het water van de rivier de Aar, die aan de overzijde in de Rijn uitmondt, een afwijkende witte kleur heeft gehad.Het castellum is rond 40 na Christus opgezet als kamp voor hulptroepen van het Romeinse leger. Tijdens de opstand van de Bataven, gesteund door de Caninefaten, in 67 na Christus, is het castellum vernield, maar daarna weer herbouwd. Aan het eind van de 1e eeuw na Christus is er aan de Rijnzijde een houten kademuur gekomen. Later is die vervangen door een stenen muur. Rond 270 na Christus hebben de Romeinen het fort verlaten en begon het verval. We zijn aardig wat te weten gekomen over Albanianae tijdens de opgravingen in het centrum, in 2001, toen het stadshart werd vernieuwd. Er zijn resten gevonden van een graanopslag, een werkplaats en waterputten. En prachtige vondsten, zoals 700 munten, een spiegel en een houten deur.

Castellum Nigrum Pullum: dit castellum is in dezelfde periode gebouwd als Albanianae. Het lag bij Zwammerdam. De naam verwijst vermoedelijk naar de donkere veengrond die hier dan overal te zien is. In het castellum hebben ongeveer 300 mensen gewoond en gewerkt. Buiten het complex ligt een dorpje met een kleine tempel en een bescheiden badhuis. Net als Albanianae is het fort verwoest bij de opstand in 67 na Christus, maar al snel weer hersteld. Nigrum Pullum heeft een kademuur van hout die regelmatig hersteld of herbouwd moet worden met hout uit de omgeving. In 175 na Christus is het houten fort door een stenen castellum vervangen. Honderd jaar later wordt dit door brand verwoest en nooit meer herbouwd: het Romeinse leger vertrekt naar het zuiden.

 

In het Archeologiemuseum in Archeon en in het Museumpark Archeon is heel veel uit de Romeinse tijd te zien, ook wat er in onze streek aan Romeinse vondsten is gedaan. In het park is een prachtige replica van een castellummuur met wachttoren gebouwd, zoveel mogelijk op de originele wijze.

1100 - 1650

Ontginning van het veen

Bevolkingsgroei maakt ontginning van het moeras noodzakelijk ten behoeve van agrarisch gebruik en brandstof. Het land wordt bewerkt, met als gevolg: waterprobleem.

1165 - 1200

Illegale dam in de Rijn

De Suadenburcherdam of Zwammerdam houdt het water buiten Holland, met nadelige gevolgen voor de bewoners aan de Utrechtse kant. Na een sappige ruzie beveelt de Duitse keizer de graaf van Holland de dam te verwijderen.

1400 - 1500

Eerste molens

Ontwikkeling van molentechniek (in korenmolens, poldermolens) biedt legio mogelijkheden.

1625 - 1672

Het Franse gevaar

Hollandse Waterlinie als verdedigingslinie, maar hoe zit dat bij vorst?

Locatie: Fort Wierickerschans, Nieuwerbrug

1700 - 1800

Grootschalige turfwinning

Groei nijverheid en bevolking in steden. Dit drijft de vraag naar turf hoog op.

1700 - 1850

Buitenverblijven langs de Rijn

Rijke stedelingen ontvluchten de “vuile” steden, ontdekken de schoonheid en rust van het platteland, stichten boerderijen, landgoederen en buitenverblijven langs de rivier.

1850 - 1950

Bedrijvigheid langs de Oude Rijn

De vraag naar industriële producten groeit. Langs de rivier komen kalkovens, steen- en pannenfabrieken, scheepswerven en motorenfabrieken.
Nog 'levende' industriële monumenten die in Alphen gemaakt werden en je nog steeds kunt zien: de 'Oude Bram" een Industrie dieselmotor uit 1934 die bij korenmolen de Eendracht in gebruik is, of de AliB2, die afmeert bij de Oudshoornsekerk. Een in 1928 in Alphen gebouwd vrachtschip dat nu als hotelschip vaartochten door Holland maakt.

Beleving: Maak een wandel-, fiets of vaartocht langs het industriëel erfgoed aan de Oude Riin met de Alphense stadsgidsen of CAS.

1960 - 2050

R&V, tuin van de Randstad

Stadsbewoners zoeken de weidse groene polders en de plassen op voor rust, sport en welzijn. Rijn- & Veenstreek ontwikkelt zich als recreatief-toeristische trekpleister.

Locatie: Van Kromme Aar veenrivier naar Park Zegersloot natuur-, recreatie- en sport.

Nu- 2050

Op weg naar een duurzame R&V

Wat zijn de kenmerken van een duurzame Rijn & Veenstreek in 2050?
Natuurlijk water, ook in de stad. In de steden en dorpen verplaats je je te voet, per fiets of met openbaar vervoer. Lokale/streekproducten zijn beschikbaar in de supermarkt en direct bij de producent. Erfgoed blijft behouden en geeft karakter aan de streek. Industrie- en handelsgebieden worden hergebruikt. Ecologische routes dragen bij aan onze natuurlijke rijkdom en aan een levend landschap. Ecologische rijkdom is leidend, de bodem is sturend voor het agrarische gebruik ervan.

Lees verder in: panorama van NL 2030, landschap biografie Alphen aan den Rijn, De Bosatlas van de Duurzaamheid



 

 
2. Bodem canon van de Rijn- en Veenstreek: Onze bodem het fundament van ons landschap en leven

De bodem van de R&V is in de prehistorie gevormd en bestaat uit in de oertijd afgezette lagen van zand, veen en klei.

De landschapstypes die nu in onze regio voorkomen, zijn zo geworden vanwege deze ondergrond. Maar ook dankzij het menselijk ingrijpen door de eeuwen heen, zoals vervening en landbouw. Het oevergebied van de Oude Rijn, dat van oudsher voor bewoning benut wordt, gaat geleidelijk over in de kleiafzettingen en het achterliggende veenweidenlandschap. Dat heeft zijn open karakter te danken aan de melkveehouderij die al eeuwen de economische basis van het gebied vormt. Nog verder van de rivier heeft men droogmakerijen aangelegd. Die zijn het resultaat van vergaande vervening, tot wel 6 meter onder NAP. Deze lage polders zijn veelal als akkerbouwgebied ingericht. In ons gebied kennen we tenslotte meren met een natuurlijke ontstaansgeschiedenis en plassen die door menselijk ingrijpen ontstaan zijn. Ons groene landschap onder de zeespiegel met weiden, sloten en plassen is uniek op de wereld. Een landschap om van te genieten en trots op te zijn.

Periode/jaar

Canonvenster

Inhoud

Pleistoceen

voor 11.500 AD

Landijs trekt zich terug

Het ontstaan van grindvlaktes en steppen, met kriskras door elkaar lopende stroomgeulen en rivieren. Dekzand en stuifzand uit de ijstijd vormen de basis voor de afzettingen van zeezand, zeeklei en veen. Op toendrasteppe groeien grove dennen en leven grote landdieren als mammoeten en kleinere zoogdieren.

Overblijfselen van die dieren spoelen nu nog aan op het Noordzeestrand en zijn te zien in het Archeologiehuis Zuid-Holland bij Archeon.

11.500 – 6.000 AD

Zeespiegel stijgt, kustlijn schuift naar het oosten

Zandvlaktes en hogere delen raken bebost. Eerst nog naaldbos met taxus en jeneverbes, later eiken en beuken. De eerste vennen en moerassen met basisveenlaag worden gevormd. Basisveen is vooral laagveen. Het krijgt deze naam omdat het pakket op de zandondergrond wordt gevormd en bedekt door zeezand en zeeklei. Grote landdieren sterven uit.

6.000 – 600 AD

Zeespiegelstijging neemt af,

land door veenvorming in moerassen

De Rijn- en Veenstreek lijkt in deze periode op een waddenlandschap met lagunes. Zoet water uit het achterland zorgt voor kustmoerassen, waar veenvorming aan de gang is.

Over het hele gebied vormt zich een veenpakket: het oppervlakteveen. Dit vormt de basis voor toekomstige landschappen. Eerst als laagveen, later ook plekken met hoogveen. Leven neemt toe en wordt beïnvloed door aanvoer van zoet water door rivieren en zout water door zee-inbraken. Ons landschap raakt steeds verder begroeid en wordt gekenmerkt door moerasbossen, geulen en meren.

Fossiele eiken worden nog steeds opgebaggerd en zijn langs uitgebaggerde sloten te vinden

600 AD - nu

Het oevergebied langs de Oude Rijn en veenriviertjes

De eerste bewoning van onze regio begint op de hogere oeverwallen van de Rijn en oude veenrivierstroompjes als de Meije, waar de bewoners op een ondergrond uit zavel (grof zand) en lichte klei veilig zijn voor overstromingen bij hoogwater.  Die oevers liggen in onze tijd ongeveer op zeeniveau. Uit een verzameling van individuele hutjes ontstaan dorpen die zich kenmerken door een lintbebouwing die de natuurlijke stromen van de waterlopen volgt. Afwisselend vind je er boerderijen, kerken, landhuizen, maar ook de woonhuizen van de (land)arbeiders. Vooral langs de Oude Rijn ontwikkelen zich op de rivieroevers in en bij de dorpskernen ook handel en nijverheid. De rivier is een ideale waterverbinding tussen achterland en de grote steden. Daardoor groeit de kleinschalige nijverheid van Bodegraven tot Katwijk uit tot een divers geïndustrialiseerd gebied. Er ontstaat een keten van fabrieken, kalkovens, werven, molens en pakhuizen. 

Nu nog zichtbare overblijfselen van deze bedrijvigheid uit vroegere tijden zijn Molen de Eendracht, de oude steenfabriek Nieuw Werklust in Zoeterwoude Rijndijk en de nog klassieke Falcon werf langs de Oude Rijn. Deze laatste twee kunnen helaas niet bezocht worden.

De wandelingen die het Alphense Gilde en Historische Verenigingen regelmatig organiseren langs de Oude Rijn en de dorpen in de R&V nemen je mee terug in de tijd.

1000 - 2050

Onze  veenweiden polders

Achter de oeverwallen liggen uitgestrekte veengebieden. Ooit onderdeel van een enorm moeras dat achter de Hollandse kustduinen in de hele rivierendelta van Rijn, Maas en Schelde te vinden was. Hier heeft zich een metersdikke laag veen op de klei gevormd die gedeeltelijk nog steeds aanwezig is. Door ontginning van de veengebieden en de daarmee gepaard gaande ontwatering, is oxidatie van het veen op gang gekomen. Door oxidatieprocessen klinkt het veen in, met als gevolg bodemdaling. Door verdere ontwatering is dit een niet te stoppen proces met grote gevolgen voor de waterhuishouding en daarmee het agrarisch gebruik van het gebied. Veenweidepolders liggen van -1m tot -4 m onder NAP.

De Wilck, halverwege Zoeterwoude-Rijndijk en Hazerswoude-Dorp, is een gerenommeerd vogelreservaat. Het is een prachtig voorbeeld van het ouderwetse Hollandse veenweidegebied. 

De veenweidepolders zijn ook de geboortegrond van zuivelproducten als vers gekarnde boerenboter of boerenkaas.

Andere wereldvermaarde polderproducten zijn de bomen en planten “From Boskoop”. je kunt er heerlijk wandelen door de Nationale Planten Collectie tuinen of binnenstappen in het Boomkwekerijmuseum, gevolgd door een vaarexcursie langs de kwekerstuinen.

1500- 2050

Het (veen)plassen gebied

Waar het veen gewonnen is vanwege de turf als brandstof, zijn grote plassen ontstaan. De Westeinder, de Nieuwkoopse en de Langeraarse plassen. Ze liggen op zo’n – 4 m onder NAP.

Het veen is voor een klein deel gebruikt als brandstof door de bewoners van de streek. Het overgrote deel is naar de stedelingen en de nijverheid in Leiden, Amsterdam en Haarlem vervoerd.

De Nieuwkoopse plassen zijn slechts voor een deel verveend, waardoor hier nu nog legakkers en zeldzame biotopen als natte weilanden met trilveen en zuddes aanwezig zijn.

Spannend is het om een fluisterboot of kano te huren en de plassen te verkennen. Wil je iets meer comfort, dan kun je terecht bij Natuurmonumenten. Zij zijn zeer actief en organiseren wekelijks een grote variatie aan excursies en activiteiten voor oud en jong.

Het plassengebied is ook bekend om zijn oude ambachten. De rietsnijders kun je in de nazomer aan het werk zien. Smeden zijn in het Smederijmuseum aan de slag en beroepsvissers vangen als het seizoen meezit snoekbaars. Een echte Rijn- & Veenstreekdelicatesse.

1800 - 2050

Droogmakerijen

Door ontgraving van het veen en de drooglegging van de plassen, zijn enkele droogmakerijen ontstaan. Typische droogmakerijen zijn de grootschalige open Hazerswoudse polder of de Vierambachtpolder en Polder Nieuwkoop, met prachtige vergezichten. Polder Nieuwkoop is het diepste punt van de Rijn- & Veenstreek: tussen – 5,40 m en – 5,80 m De bodem van deze polders bestaat uit zware klei langs de randen en lichte klei in het midden, in een lang recht blokpatroon met brede sloten, omringd door stevige dijken. De polders zijn nu weilanden en vruchtbare akkerbouwgebieden waar aardappels, uien en koolsoorten verbouwd worden. 

Boerenlandpaden doorkruisen het gebied. De Westvaartroute bij Hazerswoude is een aanrader om het verschil tussen een polder en een droogmakerij te ontdekken en om te genieten van prachtige vergezichten en hoogteverschillen.  

Het Bentwoud is een voorbeeld van een nieuwe natuurinrichting. Dit poldergebied is het grootste aaneengesloten bosgebied in de Randstad, waar je ook van de paden af mag en lekker kunt struinen door het bos.

2020-

Op weg naar een duurzaam landschap

 

Er komt in de komende decennia veel op ons landschap af: een klimaatakkoord, de noodzaak tot klimaatadaptatie en waterbeheer, regionale energiestrategieën, circulaire economie, een heroriëntatie van de landbouw, natuurontwikkeling en een voortgaande verstedelijking. Stuk voor stuk complexe vraagstukken, zeker ook in hun onderlinge samenhang.

Lees verder in: panorama van NL 2030, landschap biografie Alphen aan den Rijn, De Bosatlas van de Duurzaamheid

 

3. Water canon van de Rijn- en Veenstreek: Water de bron van ons leven

Wij leven dicht bij de zee, in een rivierdelta die sinds de komst van de mens in deze streek steeds verder gecultiveerd is.
Water is de tweede, allesverbindende factor in onze geschiedenis en zal dat ook in de toekomst blijven.

De Rijn- en Veenstreek dankt haar bestaan aan de ligging aan de Rijn. Leven in de rivierdelta langs de Rijn betekent al sinds de eerste nederzettingen:
profiteren van het water als transportmiddel, voor visserij en voor landbouw. Leven in de delta is echter ook nooit zonder gevaar voor overstromingen geweest.
Sinds de vroege middeleeuwen hebben Nederlanders in waterschappen samengewerkt in de beheersing van het water.
Vooral in de lager gelegen delen is er een voortdurende strijd tegen de bedreigingen van het water. We zoeken constant naar de balans tussen
de afvoer van het teveel aan water in natte tijden, en de beschikbaarheid van voldoende zoet water in droge tijden.
Omgang met het water heeft onze regio in de wereld een iconische status bezorgd. 

 

Periode/jaar

Canonvenster

Inhoud

prehistorie - 2050

Klimaatverandering en gevolgen waterkwaliteit en – veiligheid.

Kun je je voorstellen wat klimaat met schoon en gezond water te maken heeft?

Sinds de ijstijd is het klimaat voortdurend aan verandering onderhevig. Gevolgen zijn zeespiegelstijging, extreme regenval, extreme droogte, overstromingen, bodemdaling, verzilting. Sinds mensen in ons gebied wonen, zijn we bezig die bedreigingen van het water het hoofd te bieden.

prehistorie-2050

Het watersysteem van de R&V

Het watersysteem van de Rijn- en Veenstreek vormt een weerspiegeling van de geschiedenis van dit gebied. Er zijn verschillende soorten water, zoals natuurlijke meren, die de restanten zijn van stormvloeden vanuit zee. Bij voorbeeld het Braassemermeer, de Wijde Aa en de Kagerplassen.  En er zijn veenplassen, zoals de Langeraarse, de Westeinder, de Reeuwijkse en de Nieuwkoopse plassen.  Dit zijn plassen die na de veenwinning niet zijn drooggelegd. Ten slotte zijn er nog zandwinplassen zoals de Zegerplas.

Rondom de nog bestaande meren en plassen, maar ook om en in de  drooggemalen meren en plassen (droogmakerijen), zijn systemen van ringvaarten, boezemweteringen en poldersloten gegraven om overtollig water af te voeren of  juist extra water in te laten. Er zijn natuurlijke waterlopen zoals de Oude Rijn, de Kromme Aar, Does, Drecht en Meije. Deze hebben vooral gediend als afwatersysteem vanuit de veengebieden. En tenslotte zijn er kanalen gegraven, met name voor de scheepvaart, maar ook voor de waterafvoer, zoals de Gouwe, het Aarkanaal, het Amstel-Drechtkanaal en de Woudwetering. Plus niet te vergeten ons fijnmazige systeem van weteringen en sloten in onze polders.

prehistorie - 2050

Vervoer over water

Water fungeert al voor de oerbewoners als toegang tot het moeras; daarna in de Romeeinse tijd als aanvoerweg van goederen. Weer later als transportader voor turf naar de grote steden, als trekvaart voor boeren, burgers en buitenlui en in onze tijd ook voor recreatievaart.

Tot 1900 is het vervoer over het water belangrijker dan het transport over land. Van de kano’s van de oerbewoners, de Romeinse schepen uit Zwammerdam, de Boskoopse schouwen, naar de containerschepen en de Alpherium containerterminal voor onze hedendaagse economie. Onze jacht- en sloepenbouwers als Van Lent en Van Wijk hebben wereldfaam.

 

De Romeinen hebben allerlei bouwmaterialen nodig die in dit achterlijke land niet te krijgen zijn. Wat in het bezette gebied niet vanzelf kan groeien, laten ze aanvoeren per schip. Ook hun legerspullen en bouwmateriaal komt op de snelste manier: via het water. Houten schepen met roeiers en zeilen varen af en aan. Bij de castella komen kades waar de schepen kunnen aanmeren, lossen en laden. In Zwammerdam zijn ruim veertig jaar geleden op het terrein van Hooge Burch zes Romeinse transportschepen gevonden. Het zijn platte boten (platbodems, geschikt voor varen in geringe diepte) met een lengte van ongeveer 30 en een breedte van 4,5 meter. Ze zijn genoemd naar hun vindplaats: de Zwammerdamschepen.

De Zwammerdamschepen worden nu gerestaureerd in Archeon op de Romeinse scheepswerf. De zes gevonden schepen worden met behulp van metalen frames en modern eikenhout weer compleet gemaakt en van een zeil voorzien. De Zwammerdamschepen zullen te zien zijn in een nog te bouwen Nationaal Romeins Scheepvaartmuseum.

1250 - 2050

Waterbeheer In de R&V

Ons Nederlandse waterbeheer is uniek op de wereld. Hoogheemraadschap van Rijnland is een van de oudste democratische organen ter wereld.

Tot halverwege de middeleeuwen (900) loopt het overtollige water in het Rijnland vanzelf af van het land, via de lager gelegen kreken en rivieren naar de Noordzee. Daarna verandert dit. De zeespiegel stijgt en de monding van de Oude Rijn slibt dicht. Bovendien beginnen de bewoners van de delta de bodem te ontginnen ten behoeve van andbouw en veeteelt, waardoor de natuurlijke bodemdaling wordt versneld. Men krijgt last van natte voeten!

Dit probleem wordt aangepakt door het uitgraven van bestaande kreken en veenriviertjes: de Does, de Zijl en de Heimanswetering. Ook worden dammen, dijken, sluisjes en stuwen gebouwd, om zo het water af te voeren naar het noorden: het IJ en de Zuiderzee. Om deze en latere werkzaamheden te organiseren, coördineren, financieren en uit te voeren, is omstreeks 1250 het Hoogheemraadschap van Rijnland opgericht.

Rijnland zorgt voor droge voeten, veilig, schoon en voldoende water. Haar taak is nu ons watersysteem op het gewenste peil te houden, om veilig te kunnen werken, wonen en recreëren. En om te zorgen voor de kering van buitenwater, boezembeheer, polderbemaling, de kwaliteit van het oppervlaktewater en waterzuivering.

 1400 - 2050

Veenplassen en droge voeten

De structuur van de ontvening, in samenhang met de plassengebieden, is in de Rijn-& Veenstreek aardig bewaard gebleven. De afvoer van overtollig water als gevolg van de bodemdaling is al vroeg in de geschiedenis een bron van zorg. Tegenwoordig komen er rond de veenplassen nieuwe vraagstukken bij, zoals de instroom van voedselrijk water en het in stand houden van soortenrijkdom.

1630 - 2050

Bepoldering en veilig water

Het watersysteem in de polder, van droogmakerij naar het boezemniveau van de Oude Rijn met bijbehorende waterpeilen, kent een heel eigen dynamiek. Dit systeem komt pas goed van de grond na de introductie van de poldermolengangen.  

Hoe zo'n molengang in het bemalen van een polder werkt, kun je zien bij de Molenviergang in Aarlanderveen. Volg de fietsroute “van Molens & gemalen.”

1700 -  2050

Groei nijverheid en industrie en water kwaliteit

Welvaart levert vervuild water op met stinkende rivieren, sloten, plassen en meren in de Rijn-& Veenstreek.

Vanaf de middeleeuwen verslechtert de waterkwaliteit.  Er ontstaan (grote) steden (met stinkende beerputten en grachten); dan de industriële revolutie (huishoudelijk & industrieel afval en gifstoffen); intensieve landbouw/tuinbouw en veeteelt (meststoffen/fosfaten), co2, stikstofverbindingen, pesticiden. Blauwalg; zuurstofgebrek.

Heel veel inspanning is nodig om dat schoon te krijgen en te verbeteren. Hoe wordt ons water nu gereinigd en hoe kunnen we de waterkwaliteit verbeteren?  omschakelenen naar kringloop veeteelt, land en tuinbouw; natuurvriendelijke oevers; drijvende planteneilanden; luchtmenginstallaties; defosfatiserings installaties; speciale stuwen tussen plassen en boezemwater; oeverbeheer (opruimen organisch afval) 

1950 - 2050

Recreatie en biodivers natuurlijk water

Onze regio heeft een wateroppervlak zo groot als Friesland. Langzaam maar zeker ontdekken we steeds meer de recreatiemogelijkheden van ons water in de R&V. De ontwikkeling van leuke vaarroutes met aanlegplaatsen maakt het ontdekken van het de Rijn-& Veenstreek over water met je eigen of gehuurde sloep of kano steeds aantrekkelijker. Op het water beleef je dit gebied op een heel natuurlijke manier!

Ook aan de sportieve kant van waterrecreatie hebben we in onze regio het een en ander te bieden. De Braassem, Westeinder en de Zegerplas zijn uitstekend bereikbaar en bij uitstek geschikt voor de 'grote',  respectievelijk de'kleine' watersport.

Het Onderwater Natuurpark Zegersloot en het Ecologisch Papeneiland (in ontwikkeling) in de Langeraarse plas zijn voorbeelden van win-winrelaties tussen natuur en recreatie.

2020- 

Op weg naar voldoende duurzaam water

Waterbeheer vanaf nu, en zeker in de toekomst, zal gebaseerd zijn op versterken van bio-diversiteit, vergroten natuurlijk reinigend vermogen, optimaal benutten van water, minder vervuilen, overschotten vasthouden en dan pas afvoeren.

Wat kun je zelf doen aan schoon en gezond water? 

Ontstenen en vergroenen van tuinen en de openbare ruimte; toepassen van waterdoorlatende verharding op paden; tegels en stenen eruit in de tuin (Actie Steenbreek), leg een geveltuintje aan, maak grotere boomspiegels.

Leg een groen dak aan, dat houdt water langer vast bij regen; vang regenwater op in een regenton.

Vermijd watervervuiling: gebruik zo min mogelijk chloor. Spoel geen medicamenten, frituurvet of chemicaliën door de gootsteen; voer geen eendjes.

Lees ook: panorama van NL 2030, landschap biografie Alphen aan den Rijn, De Bosatlas van de Duurzaamheid

 

4. Energie canon van de Rijn- en Veenstreek: Hoe we ons landschap gebruikten en gebruiken om ons warm te houden en van energie te voorzien

Energievoorziening heeft ons landschap gevormd.

Door de eeuwen heen hebben wij Hollanders elke keer weer nieuwe vormen van opwekking en gebruik van energie gevonden. Het begint met het kappen van onze oerbossen om te voorzien in brand – en bouwhout. Dan volgt het ontvenen om turf te winnen. Daarna ontdekt men de windenergie die wordt gebruikt om grootschalig in te polderen door middel van poldermolengangen. Dan volgt het gebruik van steenkool, elektriciteit, olie en gas. Elk met zijn eigen mogelijkheden en gevolgen voor het landschap. Langzaam maar zeker groeien we naar meer duurzame opties: bewuster zijn van onze (energie- en grondstof) voetafdruk, de revival van windenergie, introductie zonnepanelen, biomassa, aardwarmte en blauwe energie. Maar ook na het verlagen van onze voetafdruk zal ons landschap in de toekomst blijven veranderen.

Periode/jaar

Canonvenster

Inhoud

prehistorie -1400

Holland, houtland

Vanaf dat de mens ontdekte dat je door wrijvingswarmte vuur kon maken, tot de middeleeuwen is hout de primaire bron van energie. In eerste instantie werd hout in bossen gesprokkeld en gekapt. Na de Romeinse tijd is er al sprake van ontbossing in onze streek. Rond de middeleeuwen wordt het nodig om hout aan te planten in (boeren)geriefbosjes om te voorzien in brandhout en hout om werktuigen van te maken.

Boerengeriefbosjes zijn nu nog op menige plek in onze regio te vinden.

500 AD - 1950

Inzet van dieren als aandrijfbron

Ossen en later ook paarden worden als aandrijfkracht ingezet in de landbouw, transport en de nijverheid om land te bewerken en voor molens, postkoetsen, werktuigen en trekschuiten. Ook is het tot de middeleeuwen heel gewoon hiervoor menskracht in te zetten. Bijvoorbeeld in tredmolens om het scheprad van een molen in beweging te houden. 

De (jaag)paden langs de Oude Rijn richting Utrecht en richting Leiden zijn er nu nog steeds. Over deze jaagpaden hebben de paarden gelopen, om de trekschuiten over het water te trekken.  

Vroege middeleeuwen

Turfwinning voor lokaal gebruik

Door voortgaande ontbossing en het daarmee samenhangende gebrek aan brandstof ging men in de vroege middeleeuwen steeds meer op zoek naar andere brandstofbronnen. Turf of gedroogd veen was redelijk makkelijk te winnen door het afgraven van hoogveen. Daar waren grote hoeveelheden van nodig. Ook omdat om dezelfde hoeveelheid warmte op te wekken zo’n 50% meer turf nodig is dan hout. Turf heeft verbrandingswaarde van 11-14 mj/kg. Droog hout 18-20 mj/kg.

Turf of gedroogd veen is in die tijd redelijk makkelijk te winnen door het afgraven van hoogveen. De directe gevolgen hiervan zijn nog te zien door de hoogteverschillen dicht bij de rivier. Deze zijn niet allemaal te herleiden tot deze periode, maar de afgravingen in latere perioden vinden hier hun basis

1500 - 1750

Grootschalig gebruik van veen

Handel en nijverheid in omliggende steden als Leiden, Amsterdam en Haarlem groeien en bloeien. Turf is in grote hoeveelheden beschikbaar om de nijverheid te voorzien van brandstof. Het relatief makkelijk te winnen hoogveen raakt uitgeput. Door de uitvinding van de baggerbeugel kan echter ook het dieper gelegen laag veen (laagveen) op grote schaal uitgebaggerd worden. 

Hoogveen is van betere kwaliteit, cq heeft een hogere verbrandingswaarde) dan laagveen. Turf blijft echter tot de komst van steenkool de belangrijkste brandstof.

1600 - 1900

Inzet van windmolens

De Vlamingen vinden uit hoe je windenergie efficiënt kunt omzetten in een rotatiebeweging. Zij brengen deze nieuwe kennis ook naar Holland mee om ze in windmolens toe te passen. Dit is de periode waarin windenergie wordt gebruikt bij droogmakerijen en polderbemaling door molens, ten behoeve van kleinschalige bedrijven.

1850 - 1950

Inzetten van kolen

Kolen maken het door de uitvinding van stoommachine mogelijk deze kleine nijverheid uit te bouwen tot een industrie. Dit is de tijd van de industriële revolutie. In het landschap zijn op diverse plekken nog de stille getuigen van dit tijdperk te vinden. Bij Hazerswoude-Rijndijk staan de schoorstenen van de stoommachines en de steenfabriek ‘Nieuw Werklust’.  

1880 - 2030

Gas neemt de rol van kolen over

Het eerste voorbeeld van gas als energiebron is het gebruik van brongas. Vanaf het einde van de 19e eeuw winnen boeren in veel Nederlandse polders via een brongasinstallatie dit gas om het te gebruiken voor verlichting en om op te koken. Het gas stamt uit waterbronnen die op een diepte van enkele tientallen meters onder de aardbodem worden aangeboord. Vanaf de jaren '40 van de 20e eeuw is dit gas geleidelijk aan vervangen door elektriciteit. Aan het begin van het Windepad ligt de Bronhoeve. Daar is tot ongeveer 1950 brongas gewonnen. Links achter in de Brongaard is nog en poeltje waar nu nog af toe brongas opwelt.

Door de ontdekking van Gronings aardgas verandert ook het landschap van de Rijn- & Veenstreek. Kolen en gasopslagtanks en kachels verdwijnen. Alle huizen en bedrijven worden aangesloten op aardgas.

Na 2000 wordt duurzaamheid een steeds groter thema. Nieuwbouwwijken worden steeds vaker gebouwd zonder aansluiting op het gas. Bestaande woningen kunnen volgen. Deze omschakeling zal best nog enige tijd gaan duren.

2020  - 

Op weg naar duurzaam energie in de R&v

Het energie systeem van de toekomst zal ingrijpend veranderen: niet alleen gaan we nieuwe energiebronnen ontwikkelen, we gaan ook (weer) energie lokaal produceren en opslaan, het energie transport systeem zal in staat moeten zijn om elektriciteit in twee richtingen te laten stromen, mogelijk wordt waterstof als energiedrager het aardgas van de toekomst en op allerle manieren zullen we ons eigen energieverbruik aanzienlijk verlagen.

Nieuwe energiebronnen in de R&V

Hoe we energie op gaan slaan

Hoe we ons eigen energieverbruik kunnen verlagen

Zie: panorama van NL 2030, landschap biografie Alphen aan den Rijn, Bosatlas van de duurzaamheid

 

 

5. Voedsel canon van de Rijn- en Veenstreek: Hoe we ons landschap gebruikten en gebruiken om ons te voeden

Voedselvoorziening is er medebepalend voor geweest hoe ons unieke veenweidenlandschap er nu uitziet.

Waar nu koeien het beeld bepalen, is tijdens de Grote Ontginning het land op grote schaal geschikt gemaakt voor de akkerbouw (verkaveling zoals we nu nog terugzien). Sinds de middeleeuwen is onze regio door haar goede waterverbindingen daardoor ook in staat te voorzien in de voedselvoorziening van de omliggende steden en daarna zelfs de wereldmarkt. De hele wereld kent onze Goudse (boeren)kaas en de appels met de naam Schone van Boskoop. Kan ons landschap dit intensieve gebruik op den duur nog wel aan? Hoe groeien we naar een duurzame voedselvoorziening?

?

Periode/Jaar

Venster

Inhoud

pre historie - 100

Hoe onze oerbewoners hun voedsel vonden

Deze mensen die naar deze streek trekken stammen af van de Germanen, een volk dat in Noord Europa woont. Ze leven van eieren van zeevogels, vangen vissen en jagen op klein wild: reeën, hazen, eenden, patrijzen en houtsnippen.

In Archeon kun je zelf beleven hoe onze vroegste voorouders aan hun voedsel kwamen. Een boeiende expositie over jacht in het Groene Hart vind je in het Streekmuseum in Reeuwijk. 

50 - 300

Het voedsel dat de Romeinen introduceren

Romeinen zijn lekkerbekken. Ze laten ook hun eigen, vertrouwde eten en drinken overkomen van thuis, zoals olijfolie, vijgen en zuidvruchten. Groenten die hier te verbouwen zijn, gaan ze zelf telen en ze fokken vee dat zich aan ons klimaat en onze zompige bodem kan aanpassen. De Romeinen hebben ervoor gezorgd dat we mosterdzaad, bieslook, kippen, konijnen en fazanten kennen.

Loop eens door de Romeinse kruidentuin ibij de tempel en proef wat de Romeinen aten bij het Archeon Culinair event.

100 - 1000

Jagers worden boeren

Jagen en rondtrekken is een zwaar en onveilig bestaan. Wanneer de omstandigheden het toelaten en men veilig het hele jaar door op een plek kan verblijven, blijft men daar wonen. De eerste bewoners van onze streek de Caninefaten telen graan, prei, knoflook en uien en wat grof gemalen brood…. Het graan malen ze fijn tot meel, om daarvan pap te maken of brood te bakken. Ze kennen ook al bier, dat ze van gerst brouwen. Hun kleren maken ze van vlas. Ze houden runderen, varkens, schapen en geiten, die zorgen voor melk, wol, vlees en leer.

"Vergeten" groenten van onze voorouders kun je ontdekken en proeven bij Archeon Culinair

1200 - nu

Boomkwekerij in Boskoop

Boerderijen beschikken over een eigen boomgaard voor de fruitkweek. Kennis over het kweken van bomen is aanwezig in de Abdij van Rijnsburg. Rond 1550 gaat een aantal Boskoopse boeren zich toeleggen op het kweken van bomen. Later begint men planten te verzamelen en vermeerderen ten behoeve van de sierteelt.

Te beleven en zien in het Boomkwekerijmuseum Boskoop en diverse (eetbare) kwekerstuinen in Boskoop. 

mini-doc beschikbaar

1400 - nu

Veenweiden zijn bijzonder geschikt voor de zuivelproductie

Hoewel het zeer waarschijnlijk de Romeinen zijn die ooit zijn begonnen met kaasmaken in deze streek, komt dit vak pas goed op gang na de ontginning van de veengebieden. Daardoor wordt het land steeds beter geschikt voor veeteelt. Door de grotere melkproductie gaat men ook kaas verkopen en ontstaat kaashandel. Gouda en Leiden hebben in de vijftiende eeuw al kaasmarkten.

Hoe Goudse en Leidse kaas op de boerderij gemaakt wordt, kun je in het Kaasmuseum in Bodegraven zien. Boerenkaas en –zuivel kun je het beste bij een aantal kaas- en zuivelboerderijen hier in de omgeving proeven.

Een (kleine) selectie waar je op de eigen boerderij gemaakte boerenkaas of -zuivel kopen kunt: Boer Ben in de Ridderbuurt, Kaasboerderij Luijten bij Aarlanderveen, de Witte Gravin bij Zwammerdam, Lena's Hoeve aan het Vaardorp Rietveld, Kaasboerderij Sol in Hazerswoude en Kaasboerderij van Leeuwen in Koudekerk.

1600 - 1850

Gemalen door de wind

Sinds de uitvinding van de molen worden molens ingezet bij het malen van grondstoffen voor onder meer de voedselproductie. Denk aan meelsoorten voor brood of mout voor bier.

Een van de meest complete Nederlandse korenmolens is de Eendracht in Alphen. Ook Benthuizen en Hazerswoude-Dorp hebben nog een korenmolen, respectievelijk de Haas & Nieuw Leven.

Wil je producten kopen of proeven? Dat kan bijvoorbeeld bij molen de Eendracht of molen de Haas.

1700 - nu 

Visserij in de Zuid-Hollandse plassen

Brasem, paling, snoek, en baars zijn de typische vissoorten uit onze streek. Helaas zijn de zalm en steur hier uitgestorven. Maar de snoekbaars is ervoor in de plaats gekomen en binnenkort gelden ook de rivierkreeftjes als typische "watervruchten" van onze streek.

Een boeiende expositie over zoetwatervissers in het Groene Hart vind je in het streekmuseum in Reeuwijk. Trek in verse zoetwatervis? Bezoek dan een van onze beroepsvissers aan de Westeinder, Nieuwkoopse of Reeuwijkse plassen. Ze vertellen je ook graag meer over hoe het met de onderwaternatuur in onze plassen gaat.

1750 – nu

Akkerbouw in droogmakerijen

Akkerbouw is in deze periode bij uitstek mogelijk op de voldoende droge en vruchtbare humusrijke kleibodem van de droogmakerijen. Ook ons zeeklimaat werkt mee voor landbouw. Lekker mild en (meestal) voldoende regen. Traditionele topproducten uit onze lage polders zijn: kleine (!) spruiten, aardappels, uien, knoflook en tarwe. Relatief nieuw is de teelt van asperges en tulpenbollen. 

Deze polderproducten zijn bijvoorbeeld in de Vierambachtpolder verkrijgbaar bij de Aspergeboerderij en boerderijwinkel Peters in Woubrugge, of die uit Polder Nieuwkoop bij Landwinkel Nieuwenhuizen. Culinair kunnen we van producten uit onze polders genieten bij De Dijck in Rijnsaterwoude.

1800 - 1990

Tuinbouw & conserven-industrie in Ter Aar

Wie kent ze nog: de uitjes van Uijttewaal of Koeleman? Die kwamen tot de negentiger jaren uit Ter Aar.

Al eeuwen bestaat er een stevig aantal conserveringsmethoden van voedsel en groenten.  Fermenteren, drogen en roken kent men al sinds de oudheid. Vanaf het begin van negentiende eeuw wordt ambachtelijk inmaken of wecken van groenten ook in onze regio populair. In het begin van de twintigste eeuw ontwikkelt zich daaruit in Ter Aar een conservenindustrie. Toevoeging van suiker, zout en conserveringsmiddelen, verpakken in blik of glas, dit door verhitting vacuümtrekken en daarna sluiten zijn belangrijke productiestappen in het conserveringsproces. 

De glorietijd van de groentenconservenindustrie is nog steeds te beleven in het Cultuur Historisch Museum van Ter Aar.

2000 - nu

Streekproducten van de Rijn- & Veenstreek

Bodemgebonden voedselproductie: tot halverwege de vorige eeuw is dat heel gewoon. Mensen kochten hun vlees, groenten of zuivel direct bij de (groenten-, melk-)boer. Het gemak van de supermarkt heeft dit verdrongen. Groenten direct van het land, boerenmelk, boerenkaas, biologisch vlees van de boerderij en craftbier, meel en vruchtensappen uit de R&V zijn nu weer terug van weggeweest.

Te proeven en beleven bij Brouwerij de Molen en Brouwerij de Kraan uit Bodegraven, biologisch vlees van Hoeve Kazan in Nieuwveen, meel van Molen de Eendracht in Alphen, fruit en vruchtensappen bij Schenkerij Sonneveld in Benthuizen en de diverse Land en streekwinkels. Ben je met een groep, brouw dan je eigen craft bier bij Brouwhuis aan de Werf aan de Rijnhaven 

 Nu - 2050

Op weg naar een duurzame voedselvoorziening

Voedsel heeft een stevige impact op het milieu.Om die te verlagen

- worden dechnische oplossingen onderzocht, zoals onderwaterdrainage of aquatische landbouw, zoals telen van cranberry en lisdoddes of visteelt in veensloten. Duurzaam, maar toch economisch rendabel boeren in veenweidegebieden is een andere onderzoeksrichting. Denk aan het telen van kroos en zoetwatervis en het gebruik van drijvende zonnepanelen. De provincie werkt aan een Innovatie-agenda Landbouw, Proeftuinen, Voedselfamilies en Groene Cirkels. 

- schakelen Agrariers over naar een natuurinclusieve of kringlooplandbouw.
Een natuurinclusief Nieuw Gemengd Bedrijf is een agrarier of boomkweker waar ook andere producten worden geleverd, zoals energie, waterbeheer, biodiversiteit, recreatie en dergelijke.Kringlooplandbouw is een vorm van duurzame landbouw waarbij de kringloop van stoffen gesloten is. Dit houdt in dat alle stoffen die door de landbouw uit een gebied verdwijnen, daar ook weer teruggebracht worden. Zoals energie uit mestvergisting of de gewasresten van de akkerbouw. 

Maar de boeren kunnen niet in hun eentje voor een duurzame wereld zorgen. Als consument kunnen we ook veel duurzamer op ons eten letten. Eet niet meer dan nodig is, Wil je weten hoe dat werkt, vul dan de eetmeter in. Verspil zo min mogelijk, kook op maat en ook kliekjes zijn overheerlijk! Wil je weten hoe duurzaam je eet? Doe dan de voedselafdruktest.

Lees verder in de: Natuurlijke leefomgeving Hart van Holland

 

6. Natuur canon van de Rijn- en Veenstreek: Hoe wij kunnen ontspannen en genieten van de rust in ons natuurlijke landschap

(Een) natuur(lijk landschap) wordt gevormd door het krachtenspel van klimaat, weer en wind en het groeiproces van de flora en fauna. Door de eeuwen heen heeft de mens in de Rijn-& Veenstreek ingegrepen in het landschap en de natuur naar zijn hand gezet. Het grootschalige natuurlijke landschap van vrij stromende (veen)rivieren, begroeide oeverwallen, moeras en hoogveen uit het verre verleden is er niet meer. 

Restanten van het vroegere landschap en de veranderingen die door de mens in de loop van de tijd zijn aangebracht zijn wel te vinden zoals het Vaardorp Rietveld, het Spookverlaat of de watergangen tussen de kwekerstuinen in Boskoop. Bij Nieuwkoop zijn de plassen, nadat de mens ze niet meer nuttig vond, ten dele aan hun lot overgelaten. Verbazingwekkend hoe de natuur zich in deze gebieden steeds weer opnieuw herstelt. Andere gebieden zijn nog heel recent teruggebracht in een natuurlijke staat en daar is de natuur (met een beetje hulp van ons mensen) zelf weer aan de slag om ons landschap te ontwikkelen.

Onze natuurgebieden zijn hotspot van biodiversiteit in onze regio. Je ontspant er en je komt er tot rust.
'Goed voor je groene hart'

Periode/Jaar

Venster

Inhoud

- 200

Duik naar de prehistorie in Onderwater natuurpark Zegersloot *

Wanneer je in de Zegerplas duikt en afdaalt langs de wanden van de plas zie je de opbouw van de aardlagen van zand, klei en veen die in duizenden jaren in onze streek afgezet zijn.

P1110674.jpg

In de wanden zitten holletjes waarin je met enig geluk een paling ontdekt, maar zeker witvis, grondels en rivierkreeftjes. Op de kunstmatige riffen van de afgezonken wrakken en betonbuizen zitten inmiddels koloniën van miljoenen mosseltjes die het water filteren en een kraamkamer vormen voor micro-plankton.

mini-doc beschikbaar 

50 - 400

Wandel in het spoor van de Romeinen langs de Kromme Aar

Wandel je langs de Kromme Aar, dan keer je als het ware terug naar de Romeinse tijd. Een kronkelend veenriviertje, met aan de ene kant een zompig moeras landschap en aan de andere kant een begroeide oeverhelling. Tot het jaar 1000 na Christus bestond dit gebied nog uit moeras, veen op een onderlaag van klei en zand. In de latere middeleeuwen passeerden er schepen met turf uit Aarlanderveen.

In de jaren zestig is in het stroomgebied van de Kromme Aar de Zgerplas gegraven, ten behoeve van de zandwinning voor de nieuwbouwwijken van Alphen aan den Rijn. De klei en het veen die boven op de zandlaag lagen, zijn verspreid over het omliggende gebied. Het deel van de Kromme Aar tussen Zegerplas en de Oude Rijn is gekanaliseerd. Langs de Kromme Aar zijn verschillende landschapstypen aanwezig, die kenmerkend zijn voor de omgeving: elzenbroekbos, rietland en grasland. De Kromme Aar is een vogelrijk gebied. Er broeden ruim vijftig soorten vogels, waaronder de ooievaar en in sommige jaren de ijsvogel. Bij gemaal de Kromme Aar is een speciale ijsvogelwand aangelegd.

Schermafbeelding_2020-02-03_om_11.24.21.jpg

Langs beide kanten van de Kromme Aar kan loopt een wandelpad vanaf de Bruins Slotsingel naar de P-plaats bij de Westkanaalweg.

mini-doc beschikbaar 

400 - 1200

Struin door de Hollandse bossen van Bentwoud

In het grootste beboste gebied in de Randstad kun je als toen de mens onze streek nog niet ontbost had, kriskras struinen over paden en door bos, open land struweel en langs waterpartijen.

Op de voormalige akkers van de droogmakerij tussen Zoetermeer, Benthuizen, Boskoop en Moerkapelle ontwikkelt zich een gevarieerd bos. Bos, struiken, grasland vol bloemen, moeras, sloten met natuurvriendelijke oevers en open ruimten wisselen elkaar af. In het bos vind je veel verschillende soorten bomen en struiken, niet in strakke bosvakken, maar speels door elkaar en met verschillende inheemse soorten, waardoor het bos natuurlijk oogt en in de toekomst een gevarieerd bos oplevert. Met al een dikke 2,5 miljoen ingeplante bomen is het Bentwoud vanaf het jaar 2000 al aardig omgevormd van akkerland naar bos. Veel bomen zijn nog niet hoger dan een paar meter, maar het Bentwoud is met ruim 800 hectare het grootste aaneengesloten bosgebied in de Randstad. 

In de broedvogelinventarisatie van het Bentwoud van 2018 zijn 68 soorten broedvogels vastgesteld. Fitis, Grasmus, Meerkoet , Fazant en Bosrietzanger zijn de talrijkste broedvogels. De talrijkheid van zangvogelsoorten in de top 10 houdt direct verband met het jonge successiestadium van het gebied en het daarmee samenhangende grote areaal ruigte en jonge bosaanplant. De oudste plantvakken zijn rijker aan ‘bosvogels’ dan de jongste.

bentwoud.jpg

Wandelen mag je zowel op het pad als struinend buiten de paden. Er lopen fietspaden door en om het Bentwoud. Speciaal voor hardlopers is er een parcours met afstandmarkering van 3 kilometer uitgezet, het Woudloperspad. Midden in het Bentwoud ligt de Golfbaan Bentwoud. De golfbaan heeft de status van landgoed en is daarom ook opengesteld voor wandelaars, hardlopers en fietsers.

Meer informatie:
Staatsbosbeheer: www.staatsbosbeheer.nl
Vereniging vrienden van het Bentwoud: http://bentwoud.info

mini-doc beschikbaar 

1200 -  nu

Varen door de Boskoopse kwekerstuinen, het 'Schone van Boskoop' **

Rondvaarten laten je het slagenlandschap van Boskoop ervaren en gidsen vertellen hoe in sommige kwekerstuinen anno 2020 nog steeds bomen (zo noemt Boskoop alle planten met een verhoutende stam) op een traditionele manier  gekweekt worden. Je ziet mooie nog originele windakkers (kwekerijen omringd door randen met els, es, of wilg die de bomen in de kwekerijen tegen stormen beschermen), gevarieerde heesterkwekers (dwz. houtige planten die zich onmiddellijk boven of al in de grond vertakken in een aantal takken, die meer of minder dik kunnen worden) en romantische plasjes die nu als waterberging fungeren. Ze zijn ontstaan door het afgraven van oude kwekerijen.

Rond deze plasjes groeien spontaan weer planten en bloemen die in de vorige eeuwen voor de kweek naar Boskoop gehaald zijn.

Meer informatie over rondvaarten:  https://www.vvvboskoop.nl/rondvaarten-1

mini-doc beschikbaar 

1400 - nu

Beleef hoe er vroeger geboerd werd in Vaardorp Rietveld **

Vroeger ging in onze streek alle vervoer over water.  In Vaardorp Rietveld kun je dat nog steeds beleven. Melk van de koeien kaas, boter en andere zuivelproducten werden over water afgevoerd om steden te voeden.

Huur bij Klein Giethoorn een roeibootje of boek een vaarexcursie bij theetuin het Woutje en je ontdekt hoe de agrarische natuur in de 21 ste eeuw ten dele nog bestaat. Producten uit het Rietveld kun je proeven bij Lena's Hoeve, kaasboerderij Sol of Jeu de Boer.

mini-doc beschikbaar 

1450 - nu

Ontdek de landschaps types van het Zaans Rietveld

Wanneer je door dit natuurgebied van 38 ha vanaf de parkeerplaats naar het zuiden wandelt ontdek je achtereenvolgens drie landschaps types. Een plas-dras landschap met een vogelkijkscherm, een vochtig grasland als in de middeleeuwen waar enkele schotse hooglanders jaarrond grazen en een ruig bos en struwelen gebiedje aan de kant van de N11. Uit vogelonderzoek blijkt de plas een belangrijke slaapplaats voor de wulp en de grutto te zijn. De broedvogelrijkste delen liggen in en rond de plas en langs het spoor. In de spoorsloot groeit veel krabbescheer en is een leefgebied voor de groene glazenmaker, een zeldzame libel.

Schermafbeelding_2020-02-05_om_11.24.32.jpg

Vlakbij de afrit van de N11 is een parkeerplaats, direct naast het Rietveldsepad. De een halfverharde wandelroute loopt om het gebied heen en er is een wandelverbinding met het Bedelaarsbos en de Spijkerboorsekade.

mini-doc in voorbereiding

1500 - nu

Op watersafari door de Nieuwkoopse plassen

De Nieuwkoopse Plassen is een natuurgebied van ca 1400 ha . Het bestaat uit plassen, petgaten, legakkers, veenmosrietland, moerasheide, schrale en natte graslanden en moerasbos. De plassen zijn vanaf de 16e eeuw ontstaan door vervening. Het riet op de rietvelden wordt commercieel gesneden.

De belangrijkste soorten die in het plassengebied voorkomen zijn: purperreiger, groenknolorchis en noordse woelmuis. Hun populaties behoren tot de belangrijkste van Nederland. Het gebied is ook van belang als broedgebied voor enkele andere moeras- en watervogels (Zwartkopmeeuw, Zwarte stern). Er zijn enkele trilveenrestanten en een grote kolonie meervleermuizen foerageert boven de plassen. Sinds kort is ook de otter weer aanwezig in het plassengebied en krijgt er jongen.

Het Blauwgrasland en trilveen van Lusthof De Haeck is, zeker voor het laagveengebied, van uitzonderlijke kwaliteit. De Haeck is ooit aangelegd als privé jacht- en visgebied van dr. W.H. Teupken. Dit oude gecultiveerde natuurgebiedje is in de tijd veranderd in een afwisselend wandelbos. Het smalle, bochtige pad voert je langs bomen, kleurrijke mossen, paddenstoelen en over bruggetjes.

Schermafbeelding_2020-02-03_om_12.50.35.jpg

Een van de bijzonderste natuurbelevenissen in de R&V is een excursie met Natuurmonumenten door de Nieuwkoopse Plassen. Dit grootste natuurgebied in onze regio is alleen toegankelijk via een aantal vaarroutes per kano, fluisterboot of roeiboot. Die zijn in Nieuwkoop of Noorden te huur. Je kunt rond de plas en in de Haeck wandelen. Weinig wandelroutes zijn zó gevarieerd als die door De Haeck.

Meer informatie:
https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep=7&id=n2k103
www.natuurmonumenten.nl

mini-doc beschikbaar

1650  - nu

Kruiskade of Spookverlaat

Een nog origineel historisch landschap. De inpoldering van omliggende polders vond plaats vanaf de Oude Rijn en aan de andere kant vanaf de Rietveldse Vaart. De Kruiskade is opgeworpen als scheiding tussen de twee poldergebieden met verschillende peil. Het gebied heet ook wel ‘Spookverlaat’ omdat men dacht dat het er spookte bij een sluis (ook wel 'verlaat' genoemd), die ooit in het gebied te vinden was. Tussen de geriefbosjes ('gebruiksbosjes') liggen oude insteekhaventjes. In de bosjes staan eeuwenoude essenstobben uit de tijd dat er hakhout vandaan werd gehaald dat in en rond de omliggende boerderijen werd gebruikt.  De haventjes zijn een manier geweest om het waterpeilverschil tussen de polders te overbruggen. Schepen meerden hier aan en de vracht werd overgeladen op schepen die op het lagere peil lagen. Door het graven van plasjes en het planten van bosjes in het kader van de Ruilverkaveling Rijnstreek Zuid is de Kruiskade/Spookverlaat uitgebreid tot ongeveer 25 ha.

Schermafbeelding_2020-02-03_om_12.11.31.jpg

Over de Kruiskade loopt een wandelpad en er is een vogelobservatiehut geplaatst door de Vogelwerkgroep Koudekerk/Hazerswoude e.o. Er komen met name zang- en watervogels voor.

Meer informatie: https://www.vogelsrijnwoude.nl/Waarnemingen/Spookverlaat/index.htm

mini-doc in voorbereiding

1700- nu

Ontdek de hoogteverschillen langs de Molenviergang *

Vanaf de Oude Rijn daal je over het molenpad in de polder af. Verbaas je over het aquaduct waardoor sloten op twee poldernivo’s elkaar kunnen kruisen. Wanneer het geregend heeft zijn alle vier molens vol in bedrijf en zie je hoe ze gezamenlijk met oerkracht door windenergie aangedreven nog steeds de polders bemalen. In het agrarisch veenweiden landschap fourageert de purperreiger en waneer je kano huurt om door de polder te kanoen heb je een aardige kns om zwarte sterns te spotten

Lees hier meer over de Molenviergang: https://molenviergangaarlanderveen.nl/
Kanoos zijn te huur bij recreatie boederij De Vooruitgang

mini-doc beschikbaar 

 1750 - nu

Geniet van de wijdsheid van de droogmakerijen **

Ten oosten van de Wilck loopt het Westvaarpolderpad. Bovenop op de polderdijk zie je aan de hoedjes op de meerpalen in het landschap waar vroeger de molens van de molengang van deze droogmakerij stonden. Aan het einde van dit polderpad wordt je verrast door een groots en wijds polderuitzicht. Ook zie je hoe de stad oprukt en de Randsteden verbonden zijn door een 380 kV hoogspanningsleidingnet. Realiseer je dat de trein hier met 180 km en meer onder ons door de HSL Groene Hart tunnel door raast.

mini-doc in voorbereiding

1750 – nu

De vogelkijkschermen en het polderpad door De Wilck

De Wilck is een bijna 120 hectare groot veenweidereservaat ten zuidwesten van Hazerswoude Rijndijk. Midden in het gebied ligt de Slingerwetering, een restant van het vroegere uit het hoogveen ontspringend veenstroompje de Wilck.

Het is een open landschap met vochtige en natte graslanden, sloten en een ondiepe plas. Er broedt een flink aantal weidevogels, waaronder grutto, tureluur, scholekster en kievit en eenden als slobeend en zomertaling. Buiten broedtijd komen er diverse soorten vogels in grotere aantallen voor als goudplevier, wulp, kievit, smient en diverse soorten ganzen. Vanwege de aanwezigheid van met name kleine zwanen en smienten in de winter is het gebied sinds 2009 een Natura 2000 gebied (het Europese netwerk van belangrijke natuurgebieden). . Staatsbosbeheer is de beheerder van dit natuurgebied en betrekt boeren bij de uitvoering van het beheer, dat is afgestemd op de eisen die de vogels stellen. De Wilck heeft een eigen waterhuishouding. Hierdoor zijn hogere winter- en zomerwaterstanden mogelijk dan in de agrarische omgeving.

Schermafbeelding_2020-02-03_om_09.59.27.png

Er staat aan de noordkant een vogelkijkscherm aan de Vierheemkinderenweg en een aan de Burmadeweg. Het gebied is ten dele via een pad van het ene vogelskijkscherm naar het andere toegankelijk voor het publiek. Als er kleine zwanen arriveren in het gebied is dit pad afgesloten om de rust van deze zeldzame vogels niet te verstoren.

Bron: staatsbosbeheer.nl. Meer informatie:https://www.vogelsrijnwoude.nl/Waarnemingen/Wilck/index.htm

mini-doc in voorbereiding

1800 - nu

Wandel door de NPC tuinen in Boskoop

In de 19 eeuw trokken de Boskoopers de wereld in om moederplanten te verzamelen om die in hun kwekerstuinen te planten om stekjes te leveren en de meegebrachte planten te vermeerderen.

De NPC tuinen zijn nu de bio-genetische voorraad kamers van plantaaardig erfgoed. Een aantal plantensoorten komen in de oorspronkelijke vindgebieden in de vrije natuur niet meer voor.

Lees hier meer over de NPC tuinen: https://www.plantencollecties.nl/.

mini-doc beschikbaar 

1980 - nu

Nieuwe natuur in de Geerpolderplas, de Groene Jonker en de Ruygeborg

Het idee was om onze natuurgebieden met elkaar te verbinden zodat er uitwisseling van leven zou ontstaan tussen de afzonderlijke gebieden, de ecologische hoofdstructuur. Vanaf de tachtiger jaren ontwikkelden we ten noord-westen van Nieuwkoop nieuwe natuur om de afzonderlijke natuurgebieden met elkaar te verbinden. Helaas is de hoofdstructuur maar den delen van de grond gekomen. 

Natuur wordt ontwikkeld door de toplaag van de eeuwenlang bemeste landbouwgrond af te graven, het waterpeil te verhogen, waterscheidingen en waterbergingen aan te leggen waardoor er een moerrasig landschap ontstaat. Binnen een aantal jaren verandert dit in een rietmoeras en uiteindelijk moerasbos. Deze ontwikkeling kun je mooi zien wanneer je achtereenvolgens de Geerplaspolder, de Ruygeborg en tenslotte de Groene Jonker bezoekt. Er zijn plannen om tussen de Ruygeborg en de Groene Jonker een nieuw natuurgebied aan te leggen, de Ruygeborg II.

Schermafbeelding_2020-02-03_om_10.58.38.jpg

De Geerpolderplas maakt deel uit van de Langeraarse Plassen. Ze zijn ontstaan in de 16e eeuw door turfwinning uit een uitgestrekt laaggelegen veengebied. Aanvankelijk kende het gebied een afwisseling van trekgaten en legakkers, eilandjes, bossen, moerassen en trilveen. In de Geerpolderplas is van dat alles nog wel iets terug te vinden, maar in de Noord- en Zuidplas van de Langeraarse Plassen hebben wind en golfslag maar weinig variatie meer overgelaten. Een stuk oud opgaand moerasbos in het noordelijke stuk van de Geerpolderplas staat bekend als bijzonder vogelrijk. Er komen kolonies voor van blauwe reiger, aalscholver en sinds enige jaren ook lepelaar. In de winter verzamelen zich hier vele grote zilverreigers om de nacht door te brengen. Vooral tegen zonsondergang heb je kans te genieten van een bijzonder schouwspel. Van alle kanten komen er dan tientallen grote zilverreigers die naar hun slaapplaats trekken. Op de plas liggen dan honderden wintergasten zoals smient, slobeend, tafeleend, kuifeend en krakeend. 

Schermafbeelding_2020-02-03_om_10.52.18.jpg

Op de nieuwe scheiding tussen de waterpeilen van de plas en de polder loopt het Geerpolder laarzenpad waardoor verschillende delen van dit gebied goed te bezoeken zijn. Om de wateroverlast bij hevige buien zo veel mogelijk te beperken voor de omliggende landbouwgebieden heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland meer waterberging gecreëerd. Er is nu een mooi rietland ontstaan waar tal van vogels als rietgors, rietzanger en blauwborst zijn te vinden. Midden in de polder ligt het Reigersbos een oud en uniek essenhakhoutbos waar bosvogels als de bosuil en buizerd zich thuis voelen. Maar ook tal van zangvogels vinden hier een veilige plek om te broeden zoals de tjiftjaf, zwartkop, winterkoning en roodborst. Het hakhout werd vroeger door boeren en tuinders uit de omgeving gebruikt voor de stelen van hun gereedschap. Onder de essenstobben groeien sneeuwklokjes.

Schermafbeelding_2020-02-03_om_11.02.59.jpg

De Ruygeborg lijkt nog op een verwaarloosd weide landschap. De natuur in Ruygeborg is bedoeld als buffer voor de Nieuwkoopse Plassen en als verbinding met natuurgebied de Groene Jonker. In het gebied is ook ruimte voor recreatie. Er is veel ‘natte’ natuur, zoals rietland. De natuur hier is nog in ontwikkeling; de komende jaren zal het hier steeds meer gaan lijken op de Groene Jonker. Het gebied heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een waar vogelparadijs: tureluur, lepelaar, blauwborst en porseleinhoen zijn slechts enkele van de soorten die hier voorkomen. Ook zeldzame vogels als de steltkluut, de geoorde fuut en de zwarte ibis vinden hun weg naar Ruygeborg.

Ten noorden van de Nieuwkoopse Plassen richting De Hoef ligt de Groene Jonker; een waterrijk natuurgebied met een grote plas, rietkragen en natte graslanden. De waterstanden wisselen er per seizoen; hoog (dus nat) in de winter en laag (dus droog) in de zomer. Een natuurlijk waterpeil zorgt voor jonge, vitale rietlanden. Deze afwisseling zorgt voor een bijzonder gezelschap van weide- en moerasvogels. Elk jaargetijde zijn in grote aantallen kievieten, zwarte sterns of smienten te bewonderen en veel bijzondere vogels te zien: steltkluten, geoorde futen of porseleinhoenders. Dankzij de Groene Jonker broeden er sinds 2009 weer lepelaars in de Nieuwkoopse Plassen. Naast een rustgebied waar ze kunnen broeden, willen lepelaars ook ondiep water als in de Groene Jonker of Geerplaspolder hebben. Daar kunnen ze op hun lange stelten doorheen lopen om met hun typische snavel waterbeestjes uit het water te halen. Je ziet ze in het voorjaar en zomer wadend door het water gaan, soms van heel dichtbij. Vóór de Groene Jonker was de lepelaar 30 jaar lang niet te zien in het gebied.  De purperreiger zoekt hierin zijn voedsel. In combinatie met overjarig riet kunnen hier op termijn ook andere moerasvogels van profiteren, zoals roerdomp, woudaap en baardmannetje.

mini-doc nog te plannen

Vanaf nu

Hoe zal het met de natuur in de toekomst gaan ?

Naar mate het aantal inwoners in de Randstad groeit zal ook de druk op ons landschap toenemen.

Inzichten over landschap- milieu- en natuurontwikkeling zullen blijven veranderen. Het kan bijna niet anders op sommige plekken zal er natuur verdwijnen en het landschap weer veranderen, maar een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant is en blijft hoe dan ook van levensbelang. Hoe dat uitpakt ? Moeilijk te voorspellen en vooral afhankelijk van de dan bestaande maatschappelijke ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten. Zeker is dat we zullen blijven zoeken naar nieuwe wegen om evenwicht te vinden in bio-diversiteit, landschap, groen, bodem en water.

Lees ook : Natuurlijke leefomgeving Hart van Holland

Nb. (delen van) deze vensters zijn natuurlijk ook van toepassing in andere canons. Bijvoorbeeld
• water canon
•• bodem canon

meer weten over de venieuwing van ons centrum ?
lees dan: Welkom bij ons vernieuwde Bezoekerscentrum

stavaza: 14-02-2020